Voordat er geolied wordt, moet er worden geschuurd. Als vuistregel geldt: werk altijd van grof naar fijn. In deze gids leest u hoe u onbehandelde massiefhouten platen correct schuurt en optimaal voorbereidt op de daaropvolgende oppervlaktebehandeling.

Schuren behoort tot de belangrijkste stappen bij houtbewerking. Hoewel het proces eenvoudig lijkt, zijn de korrelgrootte, de schuurrichting en de zorgvuldigheid in grote mate bepalend voor het uiteindelijke resultaat.
Waarom wordt hout geschuurd?
In de ambachtelijke praktijk zijn de meeste houten oppervlakken vóór het schuren al vlak gemaakt en geschaafd. Het doel is daarom niet om grove oneffenheden weg te werken, maar om een gelijkmatige basis voor de daaropvolgende oppervlaktebehandeling te creëren.
Olie en lak hebben een geschikte ondergrond nodig om zich goed te kunnen hechten. Bij platen van onbehandeld hout die geolied moeten worden, mag de laatste schuurgang daarom niet te fijn zijn. Afhankelijk van de houtsoort en schuurmethode adviseren we in veel gevallen een laatste schuurgang met korrel 180.
Bij geoliede oppervlakken bepaalt de laatste schuurgang bovendien in belangrijke mate het latere uiterlijk en gevoel. Werk daarom bij het fijnschuren bijzonder zorgvuldig en in de richting van de houtnerf.
Machinaal of met de hand schuren?
Machinaal schuren is aanzienlijk sneller en minder inspannend dan met de hand schuren. Voor grotere oppervlakken wordt vaak een excenterschuurmachine gebruikt.
Profielen, rondingen en randen kunnen daarentegen meestal beter met de hand worden bewerkt. Een excenterschuurmachine kan zich niet aanpassen aan complexe vormen en is vaak te agressief voor het breken van randen. Voor dergelijke delen zijn flexibele schuursponzen geschikt, die zich aanpassen aan de vorm van het werkstuk.
Welke korrelgroottes moeten worden gebruikt?
Voor een schoon resultaat wordt doorgaans in meerdere stappen van grof naar fijn geschuurd. Elke schuurbeurt veroorzaakt fijne sporen, die door de volgende fijnere korrel worden verwijderd. Sla indien mogelijk geen korrelstap over.
Grof schuren: korrel 80
Egaliseert kleinere oneffenheden en sporen van het schaven.
Tussenschuren: korrel 120
Zorgt voor de overgang naar het fijnschuren. Daarna kan het oppervlak worden bevochtigd.
Fijnschuren: korrel 180
Bepaalt de uiteindelijke uitstraling en het gevoel. Afhankelijk van het project is ook korrel 240 mogelijk.
Passende hoogwaardige schijven voor deze schuurvolgorde vindt u in onze set schuurschijven.
Waarop moet u letten tijdens het schuren?
Bij het schuren is gelijkmatigheid doorslaggevend. Bewerk alle delen van het werkstuk ongeveer even lang met dezelfde korrel. Alleen zo worden de schuursporen van de vorige bewerking volledig verwijderd.
Bij handmatig schuren mag u niet dwars op de nerf werken. Dergelijke schuursporen vallen vooral op na behandeling met een gekleurde houtolie. Verwijder het stof na elke schuurbeurt grondig, bij voorkeur met een afzuiging. Bij machinaal schuren moet de machine zo direct mogelijk worden afgezogen.
Waarop moet u letten bij reeds behandelde oppervlakken?
Bij renovatieschuren moet vaak aanzienlijk meer materiaal worden verwijderd. Afhankelijk van de staat van het oppervlak kan daarom worden begonnen met een grovere korrel dan korrel 80.
Taai-elastische coatings zoals oliën en beitsen laten het schuurmiddel snel vollopen. Controleer de schuurschijf daarom vaker en vervang deze tijdig; verlaag bij machinaal schuren indien nodig het toerental. Bij zeer oude of onbekende coatings is een goede afzuiging bijzonder belangrijk. Draag daarnaast geschikte ademhalingsbescherming.
Wanneer moet hout worden bevochtigd?
Bevochtigen is vooral aan te raden bij tafelbladen en keukenwerkbladen, evenals bij houtsoorten die rijk zijn aan looistoffen. Hierdoor komen fijne houtvezels overeind te staan en kan het absorptievermogen van het oppervlak verbeteren.
De behandeling kan na het medium schuren of fijnschuren plaatsvinden. In de fabriek voorgeschuurde massiefhouten platen kunnen vaak direct nat worden gemaakt. Omdat de vezels daarbij overeind gaan staan, is na volledige droging altijd opnieuw fijnschuren nodig. Meer hierover leest u in de gids Hout nat maken vóór het oliën.
Wat gebeurt er na het schuren?
Na het fijnschuren en grondig verwijderen van stof kan de oppervlaktebehandeling beginnen. Afhankelijk van de gewenste uitstraling en belasting komen kleurloze of gekleurde OLI-NATURA-oliën en -wassen in aanmerking.
Hout schuren: stap voor stap
- Grofschuren: Schuur het oppervlak voor met korrel 80 en egaliseer kleine oneffenheden.
- Medium schuren: Werk vervolgens met korrel 120. Daarna kan het oppervlak met een nevelvochtige doek of spons nat worden gemaakt.
- Laten drogen en fijnschuren: Laat het hout volledig drogen. Schuur het daarna met korrel 180, afhankelijk van het project maximaal met korrel 240, en verwijder het stof grondig.
- Oppervlak behandelen: Breng nu de passende houtolie of was aan volgens de verwerkingsinstructies.
Tips voor een gelijkmatig schuurresultaat
- Werk vooral bij het fijnschuren zorgvuldig en altijd in de richting van de houtnerf.
- Verwijder het schuurstof tussen de afzonderlijke schuurbeurten met een stofzuiger of handveger.
- Oefen bij machinaal schuren geen extra druk uit en houd het apparaat voortdurend in beweging.
- Schuurstof kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Gebruik afzuiging en draag geschikte ademhalingsbescherming.
- Vermijd bij het natmaken van looistofrijke houtsoorten zoals eiken contact met ijzer en verwijder dergelijke beslagdelen vooraf.
- Maak eikenhout vóór het beitsen met OLI-NATURA Antique niet nat, zodat de gewenste tanninereactie volledig kan plaatsvinden.